Omdat er rond ggo's (genetisch gemodificeerde
of gemanipuleerde organismen) heel wat ongerustheid heerst en
omdat de meningen omtrent de mogelijke schadelijke gevolgen
van gentechnologie serieus verdeeld zijn, kiest Colruyt ervoor
om alle risico's uit te sluiten:
Voor onze eigen huismerken
eisen we van de leveranciers schriftelijke garanties dat ze geen
gemanipuleerde producten gebruiken.
En daarin gaan we ver: wanneer onze leveranciers niet voor de
volle honderd procent konden garanderen dat hun producten niet
gemaakt zijn op basis van ggo's, zelfs al zijn ze niet detecteerbaar,
hebben we gevraagd om toch hun ingrediënten aan te passen.
Zo zijn er bijvoorbeeld overgestapt van sojaolie naar koolzaad-
of zonnebloemolie.
Al onze leveranciers hebben dan ook een attest getekend dat ze
geen gemanipuleerde producten gebruiken.
Tegen september vervangen we ook de sojaolie uit onze winkels.
Ondanks het feit dat er geen sporen van ggo's in kunnen worden
teruggevonden, kunnen we toch niet volledig garanderen dat er
daarvoor geen ggo's gebruikt zijn. Bij twijfel verkiezen we dus
het zekere voor het onzekere te nemen.
Ook voor nationale merken
gaan onze aankopers op zoek naar producten die geen ingrediënten
uit ggo's bevatten. Vinden ze geen waardig alternatief, dan zijn
onze leveranciers wettelijk verplicht om op de verpakking duidelijk
de vermelding 'van genetisch gemanipuleerde oorsprong' aan te
brengen. Ondertussen zoeken we wel verder naar producten zonder
ggo's.
De studies omtrent de mogelijke
voor- en nadelen van ggo's zijn nog volop aan de gang. Bij Colruyt
volgen we de evolutie op de voet. Indien er meer geweten is over
de mogelijke gevolgen of over sluitende testen, zullen we daar
zeker rekening mee houden.
Wat is gentechnologie?
Elk levend organisme (plant, dier, mens) bestaat uit cellen met een
DNA-structuur die de genen bevat. Die genen zijn de dragers van de erfelijke
eigenschappen en bepalen dus de identiteit van dat organisme.
Wetenschappers hebben nu ontdekt hoe ze bepaalde genen van één
soort plant kunnen overplanten naar een andere plant of zelfs van dier
naar plant. Zo kunnen ze genen van een tomaat bijvoorbeeld overplanten
naar maïs, en op die manier nieuwe eigenschappen toevoegen aan
maïs. De maïs kan bijvoorbeeld sneller groeien, of ook groeien
in extreem droge gebieden, of zich beter beschermen tegen ziekten.
In welke producten komen
ggo's voor?
De enige transgene organismen (organismen met genen van een ander
organisme) die op dit moment zijn toegelaten op de Europese markt
zijn soja en maïs. Sojalecithine wordt bijvoorbeeld verwerkt
in een aantal margarines, koekjes, enz.
Transgene maïs en soja
zijn de enige ggo's die op dit moment zijn toegelaten op de Europese
markt.
Volgens de wet zijn producenten altijd verplicht
om het gebruik van genetisch gemanipuleerde voedingsmiddelen op de verpakking
te vermelden. De enige uitzondering daarop is wanneer een ingrediënt
minder dan 1 % ggo's bevat. Bovendien moet de producent in dat geval
kunnen aantonen dat het gaat om onvoorziene verontreiniging, bv. tijdens
de teelt, de oogst, het vervoer, de opslag en de verwerking. Voor onze
eigen huismerken eisen we van onze producenten garanties dat ze helemaal
geen producten op basis van ggo's gebruiken.
Bioproducten, die u in uw winkel herkent
aan dit logo zijn gegarandeerd vrij van ggo's.
Wat zijn de voordelen, wat zijn
de nadelen?
Of gentechnologie risico's inhoudt voor de mens is nog niet voldoende
gekend. Wel zijn er grote groepen van voor- en tegenstanders, die
elk hun eigen redenen hebben.
1. Voorstanders van ggo's verdedigen dat gentechnologie
de mens ten goede komt:
een aantal gewassen kunnen op
grotere schaal worden geproduceerd, met een betere opbrengst;
ook op slechte bodem zouden
gewassen een gezonde oogst kunnen geven, wat kan helpen om het
voedseltekort in de wereld te verminderen;
producten worden smakelijker;
ze blijven langer houdbaar;
het gebruik van onkruidverdelgers
zou verdwijnen, enz.
2. Volgens tegenstanders zouden er vooral risico's
zijn voor het milieu:
de biodiversiteit wordt bedreigd
(soorten planten of dieren zouden kunnen uitsterven waardoor alleen
gemanipuleerde soorten overblijven),
er zouden alsmaar meer en krachtiger
onkruidverdelgers nodig zijn omdat het onkruid zelf resistent
wordt,
ggo's kunnen hun genen overdragen
op andere planten van dezelfde soort,
nuttige insecten en andere wilde
soorten kunnen op termijn het slachtoffer worden van gewassen
die hun eigen insectenverdelger aanmaken of die een hoger gebruik
van giftige chemische producten noodzakelijk maken, enz.
bovendien is het proces onomkeerbaar:
zodra genen in het milieu zijn verspreid, kan men ze niet terughalen.
Als er dan schadelijke effecten duidelijk zouden worden, kan men
ze niet meer ongedaan maken.
Bij Colruyt kunnen we ons niet mengen
in het wetenschappelijke debat maar we volgen de evoluties op de voet.
Zolang er geen wetenschappelijk bewijs is dat ggo's schadelijk of
onschadelijk zijn, nemen we het zekere voor het onzekere en vragen
we onze leveranciers de strengste normen toe te passen.
Bestaan er nog geen tests?
Op dit moment zijn er verschillende tests in ontwikkeling. Zo bestaat
er een techniek om levensmiddelen te controleren op de aanwezigheid
van ggo's op basis van DNA: de PCR-test (Polymerase Chain Reaction).
Die test is vrij ingewikkeld en bovendien is hij niet sluitend: bij
geraffineerde olie is bijvoorbeeld geen DNA meer aanwezig. De test
kan hier dus niet opsporen of er producten op basis van ggo's inzitten.